Net als Hergé en Willy Vandersteen kwam Marc Sleen bij de scouts terecht, waar hij verantwoordelijkheid en andere zaken leerde (die hem tijdens zijn safari's op latere leeftijd van pas zouden komen). Marc Sleen was al van jongs af aan een tekenaar en krabbelde alles vol; tot zelfs de muren en zijn vaders bolhoed toe. Toen Marc Neels veertien was, volgde hij zondagse tekenlessen aan de Academie van Sint-Niklaas.
Toen de Tweede wereldoorlog uitbrak vluchtte Marc Neels samen met de scoutsgroep waar hij lid van was naar Limoges, Frankrijk.
Hij keerde terug en uit geldgebrek te kiezen: studeren of in Duitsland werken. Via zijn broer kwam hij in het Arbeidsambt terecht, waar hij administratief werk uitvoerde. Een van Marc Sleens broers zat in het actieve verzet tegen de bezetters en zat ondergedoken in een kasteel in Ertvelde.
In 1944 viel de Sicherheitspolizei binnen op zoek naar zijn broer. Omdat ze niemand vonden, werden de 22-jarige Marc en zijn broer Nestor als gijzelaars gearresteerd. Sleen werd naar het Miljoenenkwartier gebracht waar tijdens zijn ondervraging zijn tanden er werden uitgeslagen. Omdat ze niets loslieten werden de broers naar "De Nieuwe Gevangenis" in Gent gebracht, waar dagelijks tien tot twintig gevangenen werden geëxecuteerd. Op zeker ogenblik zat Marc Sleen alleen in de cel, maar hij werd samen met zijn broer Nestor uit de gevangenis gehaald en per vrachtwagen naar Leopoldsburg gebracht. Daar sloegen de Vlaamse SS'ers op de vlucht omdat de Britten en Canadezen eraan kwamen. Jaren later had Marc Sleen nog nachtmerries over deze periode.
Datzelfde jaar (1944) begon Marc Sleen als cartoonist bij de katholieke krant De Standaard te werken. Deze krant werd na de oorlog De Nieuwe Standaard en in 1946 De Nieuwe Gids.
Marc Sleen ging vooral strips maken vanwege het succes van Willy Vandersteens stripreeks in De Nieuwe Standaard, Suske en Wiske. Alle kranten boden Vandersteen geld om bij hen te komen werken en Sleen zag in dat strips maken beter zou verdienen dan karikaturen tekenen. Als pseudoniem draaide hij zijn achternaam Neels om in Sleen.
In 1945 huwde hij met zijn eerste jeugdliefde, Magdalena Paelinck (1920-2008). Het echtpaar bleef kinderloos. De arts die de geboorte van hun eerste kind in 1952 regelde, voerde een mislukte keizersnede uit en hun kind stierf. Later werd die arts door de Orde der Geneesheren geschrapt wegens andere mislukkingen. Marc Sleen zou altijd over deze gebeurtenis spreken als "de zwaarste slag in zijn leven, veel zwaarder dan gevangenzitten in de oorlog of wat dan ook".
Op 2 oktober 1947 verscheen de dagelijkse vervolgstrip De avonturen van Detectief van Zwam in De Nieuwe Standaard dat inmiddels zijn naam had veranderd in De Nieuwe Gids. Het eerste verhaal heette Het geheim van Matsuoka. De hoofdfiguur was dan detective Van Zwam, maar in hetzelfde verhaal dook Nero op.
De figuur nam na drie avonturen Van Zwams hoofdrol over en werd de centrale figuur van de reeks. De strip sloeg aan en concurreerde spoedig met Suske en Wiske.
Nero werd een groot succes in Vlaanderen. De figuren waren antihelden met zeer herkenbare menselijke gebreken en de situaties waren vaak erg absurd en kolderiek. Marc Sleen verwees ook veel naar de actualiteit en gebruikte zelfs gebeurtenissen die op dat moment in het nieuws waren in zijn scenario's. Zo zijn in het album De IJzeren Kolonel (1956) bijvoorbeeld twee actuele gebeurtenissen verwerkt: de Suezcrisis en Hongaarse Opstand. Zijn strips werden gretig gekocht, ook al omdat ze veel goedkoper waren dan Suske en Wiske. Ze werden in zwart-wit op zeer goedkoop papier gedrukt en roken dikwijls nog naar verse drukinkt. Het is mede door die speciale geur dat veel mensen nostalgisch zijn naar de oude albums en ze veel beter vinden dan de latere kleurenalbums die deze geur-kenmerken niet hebben
Het Volk gaf vanaf 1950 een kinderbijlage uit: 't Kapoentje, waarvoor Marc Sleen de titel had bedacht en de hoofdredactie op zich nam. Hier ontstonden De Lustige Kapoentjes, een reeks die ook zeer populair werd. Voor De Middenstand tekende hij Doris Dobbel.
In 1962 vertrok Marc Sleen op de eerste van vele safari's in Afrika. Tussen 1962 en 1978 verbleef Marc Sleen nagenoeg elk jaar tijdens de maanden januari en februari in de Oost-Afrikaanse brousse (bushbush). In de jaren 70 zou hij er dierenreportages maken voor de BRT, waaronder 21 films van Allemaal beestjes. Zelfs in zijn strips bezochten zijn figuren meer en meer het continent en het werd een running gag in "Nero" dat wanneer zijn figuren Sleen belden of thuis kwamen opzoeken hij altijd "op safari" bleek te zijn.
In 2002, besloot Marc Sleen, nu hij 80 was een punt te zetten achter de reeks. Het laatste album was Zilveren tranen. Marc Sleen wenste niet dat iemand anders de reeks zou verderzetten.
Op 13 juli 2008 overleed Marc Sleens echtgenote Magdalena Paelinck op de leeftijd van 87 jaar.
Marc Neels overleed in 2016 op 93-jarige leeftijd thuis in Hoeilaart. Volgens de wet vervallen de auteursrechten op zijn werk pas in 2087, 70 jaar na zijn dood. Maar de Stichting Marc Sleen wil zolang niet wachten. "2087 is een eeuwigheid", verzucht Noël Slangen. "Als we tot dan wachten, dan is Nero ook dood. Het is nu eenmaal zo dat de interesse wegdeemstert. En we willen niet dat er een ‘EINDE’ komt aan Nero."
Sinds 1 januari dit jaar zijn daarom Nero, madam Pheip, Jan Spier, 'admiraal' Tuizentfloot, Petoetje en Petatje en alle andere kleurrijke personages uit de Nero-strips vrij van auteursrecht. Iedereen kan ermee aan de slag. En dat gebeurt ook.
"In 2030 gaan we nog een stapje verder", zegt Noël Slangen van de Stichting Marc Sleen. "Dan zijn ook de echte tekeningen van Marc Sleen zelf vrij van auteursrecht, dan kan iedereen zijn werk vrij heruitgeven en hoeft men geen toestemming meer te vragen."
In 1989 werd de stripauteur opgenomen in het Guinness Record Boek omdat hij de langst lopende strip heeft die door een enkele persoon getekend werd.
Vanaf 1992 tekent Dirk Stallaert de albums, maar Marc Sleen blijft het scenario schrijven.
Marc Sleens oeuvre bestaat uit 125.592 plaatjes, 20 stripreeksen en 378 covers. Nero beleefde 217 avonturen.





























































