Serie BLAKE EN MORTIMER (Jacobs, Juillard, Benoit,.../Van Hamme, Sente, Dufaux,...) 1950-2025
Sciencefiction, archeologie, verloren beschavingen, spionage,detectives in actie, laten we die meer dan dertig albums eens herlezen. Commissaris Pradier lijkt op Jean Gabin en dokter Focas op Yul Brynner. Wat zegt dat onze jeugd nog?
Old chap, bij Horus, laat af!
Sciencefiction, archeologie, verloren beschavingen, spionage,detectives in actie, laten we die meer dan dertig albums eens herlezen. Commissaris Pradier lijkt op Jean Gabin en dokter Focas op Yul Brynner. Wat zegt dat onze jeugd nog? Deze nostalgische verering of zeg maar 'serieverslaving', kan niet blijven duren. Vernieuwing is aan de orde. Zwaardvissen, een telecephaloscoop - klimaatverstoring was toen al een gespreksonderwerp - een chronoscaaf, een megastraal,... hebben hun tijd gehad, maar wij willen blijven dromen! Met zijn titels maakt Edgar Félix Pierre Jacobs (1904-1987) ons nieuwsgierig: Het geheim, Het raadsel, De valstrik, De drie formules,... Zijn tekeningen spreken voor zichzelf maar Jacobs twijfelt. Dus worden er (veel) literaire beschrijvingen toegevoegd. Ook de tekstballonnen zijn goedgevuld. Bekend is ook zijn speciale aandacht voor kleuren. Het kan altijd nog beter: rood, oranje en een tikkeltje groen om een speciaal effect te bereiken. Als oud-operazanger laat hij de invloed van het theater toe. Talrijke vermommingen moeten ons om de tuin leiden. Ook een anagram kan van pas komen: kolonel Ilkor staat dan uiteraard voor Olrik. Deze eeuwige vijand komt uit de buurt van Estland of Letland en krijgt de trekken van Jacobs zelf. Jacques Van Melkebeke stond model voor Mortimer en Jacques Laudy voor Blake.
Jacobs kreeg wel eens wat hulp van andere tekenaars. Gerald Forton (Bob Morane) laat (eindelijk) eens mooie vrouwen opvallen en Fred Funcken tekent elf platen voor De Valstrik die zich in het verleden afspelen. Ook Raymond Reding (Jari, Vincent Larcher) en François Craenhals (De Koene Ridder) deden hun duit in het zakje. En wat te denken van Ahmed Nasir, de trouwe vriend van Mortimer? Is hij nu Indisch of is hij een Pakistaan? Heel veel actie speelt zich af in ondergrondse ruimtes, grotten of kelders. Jacobs is echt " l'homme des souterrains ": hij viel als kleuter in een diepe put en zat er urenlang in. Pseudo wetenschappelijke verklaringen helpen ons om de verhalen te geloven. Blake en Mortimer hebben onze kinderjaren kleur gegeven, maar met hoeveel zijn we nog? Het eerste album verscheen in 1950. Die oudste lezers zijn nu dus circa 90 jaar. Moeten ze albums blijven maken voor die conservatieve stripkringen? Het moet herkenbaar blijven... Mag het ons dan nooit verrassen?
Vanaf 1996 worden diverse auteurs- en tekenteams op de reeks gezet. Maar vroeger - met Jacobs - was het een actuele strip, nu historisch! Onze twee 'stiff upperlips' zijn old boys uit een ander tijdperk. We vinden ze terug in Park Lane 99 bis of in de Centaur Club. De personages worden menselijker. Scenarist Yves Sente (Thorgal, De Janitor) laat ons hun jeugd kennen. Zelfs een liefdesgeschiedenis wordt niet meer uit de weg gegaan. De dochter van Sarah Summertown - Elisabeth McKenzie - hebben wij toch wel eens aandachtig bekeken! Wel, Philip Mortimer, wat denk jij daarvan? Zijn eerste liefde - prinses Gita - kent zacht uitgedrukt een dramatisch einde.
Maar wat met die vervelende kluns van een Olrik? We laten hem best even zelf aan het woord: "Als ik niet meer besta, wat is dan jullie functie? Wat moeten Blake en Mortimer doen zonder mij?" In het Voronov-Complot zien we op 16 juli 1957 John Lennon zingen met zijn eerste groepje The Quarrymen. Paul McCartney staat aandachtig te luisteren. En we weten nu eindelijk (zie De Staf van Plutarchus) hoe het kwam dat agent Zhang Hasso (codenaam ZH22) voor de Britten werkte. Alle losse eindjes worden slim ingevuld. Dat is toch heel wat beter dan Ted Benoit die in De Zaak Francis Blake een dakloze tekent die goed op Blake lijkt. Heel flauw, waarom was dit nodig? In Het Gele Teken (plaat 10) is de datum in de brief in vergelijking met het originele Kuifjesnummer gewijzigd van 7 december naar 18 december maar... de scheurkalender is op 7 december blijven staan. Zo blijven we maar genieten van deze onverwoestbare reeks. En laten we eerlijk zijn, sinds de vrouwen mogen meespelen, is het allemaal nog veel boeiender geworden! Wat zal het meest blijven hangen? Het Gele Teken of de rood-witte raket van Kuifje van die jaloerse tekenaar?
Biografie van Edgar Pierre Jacobs
1904
Edgar Félix Pierre Jacobs werd op 30 maart geboren in de wijk Sablon te Brussel.
1917
Edgar figureerde bij de opera Faust van Gounod, in het Théâtre des Galeries.
1919
Studie aan de Académie des Beaux-Arts in Brussel, waar hij Jacques van Melkebeke ontmoette, zij werden onafscheidelijke vrienden.
1924
Hij verdeelde zijn tijd tussen publicitair werk en het figureren bij de Opera.
1930
Huwelijk met Léonie Bentvelt (Ninie), zangeres bij het cabaret. Edgar werd bariton bij de opera. Zij woonden een tijd in de Franse stad Lille.
1940
Edgar werd aangenomen bij de opera; Théâtre de la Bourse en daarna bij l’Ancienne Belgique in Brussel
1942
Tijdens de Tweede Wereldoorlog, onder de Duitse bezetting van België, werd Edgar P. Jacobs gedwongen zijn carrière als operazanger op te geven om geld proberen te verdienen met illustratiewerk. Op advies van zijn vriend Jacques Laudy presenteerde hij zijn tekeningen aan het Belgische weekblad Bravo!. Eind 1942 werd hem gevraagd om de serie Flash Gorden, van Alex Raymond, af te ronden omdat de levering van platen uit Amerika stopte vanwege diens deelname aan het mondiale conflict. In 1943 kreeg hij de opdracht van het weekblad om een eigen serie te maken; De U-straal (Le Rayon U), een sciencefiction-verhaal waarin verschillende ingrediënten voorkomen die de auteur vervolgens gebruikte in Blake en Mortimer, met name de persoonlijkheid van de personages, maar ook de ondergrondse gangen, de prehistorische wezens of de precolumbiaanse sculpturen.
De prachtige kleuren in De U-straal maken veel indruk op Hergé die op dat moment iemand zoekt om hem te helpen bij het inkleuren van de verhalen van Kuifje. Hij vroeg Jacobs om advies.
1943
De relatie tussen Edgar en Ninie loopt spaak en ze leven gescheiden. De tekenaar ontmoet Jeanne Quittelier, een piano lerares.
Edgar Pierre Jacobs werd de eerste medewerker van Hergé. Hergé nam hem in dienst zodat hij niet voor de ‘Arbeitseinsatz’ naar Duitsland moest.
Zijn eerste taak was de inkleuring van De schat van Scharlaken Rackham en het aanbrengen van enkele achtergrond decors.
Samen met Jacques Van Melkebeke helpt Jacobs bij het scenario van De zeven kristallen bollen en De Zonnetempel.
Het is Jacobs die het idee heeft van de kristallen bollen en bedacht ook de titel. Hergé hielpt daarentegen met het eind van het verhaal van De U-straal .
1945
Hergé werd gearresteerd wegens collaboratie, omdat hij voor de ‘Duitse’ krant Le Soir had gewerkt. Hij mocht voorlopig niets meer onder zijn eigen naam publiceren. Daarom hertekende en kleurde hij met de hulp van Jacobs de albums; Kuifje in Congo, Kuifje in Amerika, De Blauwe Lotus en vervolgens De Scepter van Ottokar. Edgar P. Jacobs bracht grote veranderingen aan in de decors en kostuums van dit laatste album om deze meer te laten lijken op de werkelijkheid van de Balkan, maar hij gebruikte ook zijn muzikale cultuur om de muzieknoten in Castafiore's tekstballonnen te corrigeren wanneer ze zingt. De twee mannen vonden het ook leuk om zichzelf te tekenen tussen de personages van het album.
1946
Edgar P. Jacobs werd gevraagd om mee te doen aan een nieuw jeugdblad uitgegeven door Raymond Leblanc; Weekblad Kuifje (Journal de Tintin), waarvan Hergé de artistiek directeur is en Jacques Van Melkebeke de hoofdredacteur. Behalve Hergé en Jacobs werden ook de tekenaars Paul Cuvelier en Jacques Laudy aangenomen. Het eerste nummer in België verscheen op 26 septembre 1946. Naast het begin van Kuifje en de Zonnetempel werd de eerste pagina van Blake en Mortimer, Het geheim van de Zwaardvis gepubliceerd. Jacobs had eerst een Middeleeuws verhaal getiteld Roland le Hardi voorbereid, maar Hergé vroeg of hij niet een eigentijds verhaal kon maken, omdat er anders te veel historische verhalen in het blad zouden staan. Jacobs koos toen voor een soort Science-Fiction, dat wel in de werkelijkheid is verankerd.
De eerste twintig pagina’s werden een hele opgave voor Jacobs, die bij De U-straal slechts zes plaatjes hoefde te tekenen per pagina en er nu negen moest maken en ook nog in een stijl die meer in de lijn van Hergé was. Door tijdsgebrek en onzekerheid vroeg hij Jacques Van Melkebeke om zijn tekeningen in inkt te zetten. Voor de uitgave in album hertekende hij later deze pagina’s.
1947
Doordat Jacobs het nu te druk had met zijn nieuwe serie van Blake en Mortimer stopte hij zijn medewerking aan de Kuifje-albums op 31 januari 1947 (Na de dood van Hergé vertelde Jacobs dat er nog een andere reden was, namelijk dat hij gevraagd had om zijn naam te vermelden in de albums van Kuifje. Iets wat Hergé uiteindelijk weigerde).
1950
Het geheim van de Zwaardvis was een groot succes en Raymond Leblanc besloot het verhaal uit geven in wat een nieuwe reeks stripalbums zou worden; De Lombard Collectie. Hergé was niet zo enthousiast omdat hij het zag als concurrentie voor zijn eigen albums. Tot die tijd bestonden er, naast Mickey Mouse, alleen albums van Zig et Puce (in Frankrijk) en Kuifje.
1951
Tijdens de publicatie van Het geheim van de Grote Pyramide is de scheiding van Edgar en zijn vrouw Ninie is een feit. Door zijn langzame en precieze manier van werken is Jacobs vaak te laat met het aanleveren van zijn pagina’s en stopt de publicatie in het blad een paar keer.
1952
Edgar en Jeanne Quittelier gingen samen op vakantie naar Londen om foto’s en schetsen te maken voor het nieuwe verhaal Het gele teken.
Het sfeervolle en gedurfde verhaal maakte grote indruk in de stripwereld van de jaren ’50. Het bevestigde de groeiende reputatie van de auteur.
Een voorplaat die hij tekende voor het weekblad Kuifje wordt door Hergé afgekeurd omdat hij te luguber is en moet worden aangepast.
1955
Jacobs en Jeanne gingen samenwonen in ‘Bois des Pauvres’ een huis in het dorp Lasne, op het platteland even buiten Brussel.
Gevoelig voor de kritiek dat Het Mysterie van de Grote Piramide te didactisch zou zijn en voor de aanvallen op Het Gele Teken vanwege de morbide sfeer, koos Edgar P. Jacobs de stijl van de ‘Space Opera' voor zijn nieuwe avontuur Het Raadsel van Atlantis en maakt zo opnieuw verbinding met het universum van De U straal. Jacobs had eigenlijk een verhaal over twee delen voorzien. Het eerste album zou gaan over UFO’s, die uiteindelijk uit Atlantis bleken te komen. Maar Willy Vandersteen kwam juist met het verhaal De gezanten van Mars waardoor Jacobs besloot om uiteindelijk alleen het tweede deel van het verhaal te vertellen. (Waardoor een, waarschijnlijk, zeer sfeervol deel van het verhaal nooit is gemaakt). Later had hij daar spijt van.
1958
Voor het album S.O.S Meteoren ging Jacobs naar Parijs en omgeving om de decors vast te leggen die hij nodig heeft voor het verhaal.
Door een vakantie naar de Côte d’Azur in de winter van 1954, die totaal in het water viel door het extreem slechte weer, werd hij geïnspireerd om een verhaal te maken over manipulatie van het klimaat door de mens.
1962
Edgar P. Jacobs, een liefhebber van de boeken H. G. Wells, met name The Time Machine, wilde het thema van tijd-reizen een bijzondere draai geven. Het gezegde ‘Vroeger was alles beter’ (of de variant: ‘In de toekomst zal alles beter worden’) zou hij genadeloos ontkrachten in het verhaal De Valstrik.
Voor het tekenen van de Middeleeuwse decors vraagt hij hulp aan Liliane et Fred Funcken.
Door zijn drang naar perfectie besteed hij steeds meer tijd aan een verhaal. Om tijd te winnen maakte hij voor het eerst gebruik van de inkleurders van Studios Hergé, in het bijzonder Josette Baujot, France Ferrari en Roger Leloup.
Door het pessimistische en gewelddadige karakter van het verhaal wordt het in Frankrijk verboden.
(Het zou uiteindelijk René Goscinny zijn die het verbod wist op te heffen door op een Ministerie eens flink met zijn vuist op de tafel te slaan).
1967
Omdat Jacobs soms de kritiek kreeg dat de verhalen te veel Science-Fiction bevatten, besloot hij een Detective-Thriller te maken (Waardoor hij daarna weer de kritiek kreeg dat het verhaal te gewoon was).
In Het halssnoer van de Koningin komt Olrik weer terug, omdat de lezers daar om hadden gevraagd. Jacobs ging mee met een team van de Algemene Inspectie van de Steengroeven, onder Parijs, met zijn 300 km aan gangen en galerijen, en maakte talloze schetsen, zowel boven als onder de grond.
Om Jacobs bij zijn (trage) werk te helpen, had de redactie tekenaar Gérald Forton naar hem toe gestuurd. Deze verzorgde het inkten van de eerste platen, evenals het tekenen van de meeste decors en scènes met veel publiek, in een stijl die anders was dan die van de auteur.
Jacobs presenteerde zijn scenario van De 3 Formules van Professor Sato op 24 april 1967 aan zijn hoofdredacteur Michel Greg, maar de eerste twee platen van het album verschenen pas op 5 oktober 1971 in een speciale uitgave van 100 pagina's ter gelegenheid van de 25ste verjaardag van het weekblad Kuifje. De publicatie duurde tot 30 mei 1972, maar werd veel minder enthousiast ontvangen dan de eerste avonturen van de serie, met name vanwege het gebrek aan actie. De 46 platen van het eerste deel werden pas gepubliceerd als album in augustus 1977 onder de titel Mortimer in Tokyo. Het ontmoedigde Jacobs bij het schrijven van het scenario van het tweede deel Mortimer in Tokio.
1969
Op 18 juli 1969 overleed zijn ex vrouw Ninie (Léonie Bentvelt) met wie hij een vriendschappelijke had.
1974
Het verhaal werd De U-straal door Jacobs in 1973/74 gedeeltelijk hertekend en aangepast (met tekstballons) aan de eisen van eigentijds stripboek (44 platen van 4 stroken).
Edgar P. Jacobs trouwde met Jeanne Quittelier, die zijn partner was sinds 1952 en met wie hij tot 1955 in Brussel woonde in een appartement aan de Avenue Hoover tot zij zich in vestigden in het huis ‘le Bois des Pauvres’.
1977
Zijn vrouw Jeanne overleed aan de gevolgen van een heupoperatie.
1981
De mémoires van Edgar P. Jacobs Un opéra de papier verschenen bij de prestigieuse uitgeverij Gallimard in 1981.
1983
Er kwamen ‘sombere jaren’ voor Jacobs aan het einde van zijn leven.
Het overlijden van zijn vrienden Hergé (3-03-1983) en Jacques Van Melkebeke (8-06-1983) is een zware slag voor hem.
Jacobs veroorzaakte een aanrijding met een bromfiets, waarbij hij doorreed. Een politiebeambte later merkte op: “Dit zouden uw striphelden nooit hebben gedaan”. Het had een grote invloed op zijn toch al sombere stemming.
1987
Jacobs overleed op 20 februari 1987.





























































