Thé Tjong-Khing werd geboren te Purworejo, op het eiland Java, in het toenmalige Nederlands-Indië in een westers georiënteerde Chinese familie.
Khing's naam bestaat uit drie delen: zijn achternaam (Thé); zijn generatienaam (Tjong) en zijn voornaam (Khing). De generatienaam is een gemeenschappelijke naam die alle zoons van dezelfde generatie delen. Het was de Chinese gewoonte om namen ook in die volgorde te gebruiken, dus: Thé Tjong-Khing en niet Khing Thé.
Als kind tekende hij met krijtjes op een schoolbord in het ouderlijk huis en hij las graag Tarzan-boeken van Edgar Rice Burroughs. Zijn vader was een zakenman en bezat onder meer enkele bioscopen, o.a. in Bandung waar Khing heel veel naar films keek.
(Khing was in de jaren ’70 bekender was als filmkenner dan als tekenaar. In de veelbekeken Quiz ‘Voor een briefkaart op de eerste rang’ onder leiding van Bob Bouma wist Khing zoveel afleveringen achter elkaar te winnen, dat Frans Halsema en Gerard Cox er een persiflage van op plaat gezet hebben).
Hij volgde vanaf 1945 het Christelijk Lyceum in Bandung en studeerde daarna aan de Seni Rupa-kunstacademie. Na drie jaar, in 1956, vertrok hij met een studievisum naar Nederland. Hij volgde lessen aan het Instituut voor Kunstnijverheidsonderwijs bij de afdeling 'reclame'. Omdat die studie hem niet aansprak, ging hij op zoek naar werk. Al snel begon hij als tekenaar bij Toonder Studio's, aanvankelijk als freelance en later in vaste dienst. Het werk beviel hem goed, maar zijn studievisum liet niet toe in Nederland te werken en toen de vreemdelingenpolitie daarachter kwam, zou hij terug naar Indonesië moeten. Toonder Studio's stond echter garant voor hem, waardoor hij toch een verblijfsvergunning kreeg.
Hij tekende strips voor dagbladen; zoals Marion, Student Tijdloos en Arman en Ilva. En strips voor het weekblad Tina. Hij bleef bij Toonder Studio’s van 1957 tot 1975. Samen met Lo Hartog van Banda maakte hij in 1968 een ‘Pop-Art’ strip; Iris. In de trant van de Franse ‘strips voor volwassenen’, zoals Barbarella, Jodelle en Pravda.
In 1970 werd hem door kinderboeken-schrijfster Miep Diekmann gevraagd illustraties te maken bij haar boek ‘Total loss, weet je wel’, juist omdat hij striptekenaar was. Sinds 1971 werkte Khing full time als freelance illustrator, meestal van kinderboeken.
Halverwege de jaren zeventig stopte hij met het tekenen van strips. Hij werkte onder andere aan de boeken van Guus Kuijer, Els Pelgrom, Sylvia Vanden Heede en Dolf Verroen.
Thé Tjong-Khing won driemaal het Gouden Penseel en won in 2005 de Woutertje Pieterse Prijs voor zijn boek ‘Waar is de taart?’, een prentenboek zonder tekst; het eerste boek dat hij geheel zelf zowel schreef als tekende. Hiervoor won hij in 2005 ook het Zilveren Penseel.
Hij werkte mee aan ’Storende verhalen’, voor De Vrije Balloen, waarvan hij medeoprichter was in 1975.
In 1997 kreeg Thé voor zijn gehele oeuvre de Trentenaire, een eenmalige prijs ter gelegenheid van het dertigjarig jubileum van het Stripschap.
Vanwege de herwaardering voor zijn werk worden vanaf 2006 zijn strips Arman en Ilva en Student Tijdloos opnieuw uitgegeven in een luxueuze hardcove-ruitvoering met extra achtergrondinformatie over de auteurs en de strip.
In 2010 kreeg hij de Max Velthuijs-prijs voor zijn gehele oeuvre. Er was een bedrag van 60.000 euro aan verbonden.
Op latere leeftijd is hij nog heel actief. Zo maakte hij in 2019, toen hij 86 was, het ontwerp van de eerste officiële stripmuur van Haarlem. Hij werkte ook mee aan het beschilderen van de muren.
Voor het in 2024 verschenen boek Zevenpoot van Arnon Grunberg verzorgde hij de illustraties.





























































