José Ramón Larraz Gil, ook bekend onder de pseudoniemen; Gil, Dan Daubeney, Watman of Joseph Braunstein, is een Spaanse striptekenaar en scenarioschrijver, auteur van fotoromans, modefotograaf en regisseur, geboren op 7 februari 1929 in Barcelona, Spanje en overleden op 3 september 2013 in Malaga. Hij werkte in Spanje, Frankrijk, België en Engeland.
Hij begon zijn carrière in Spanje in 1952. Hij creëerde Aventuras de Wilkens, El Cazador in Alcotan en Castigo del Artico, Ray Walker en El Hombre del Asfalto in Nicolas. Vervolgens tekende hij Vivian, Pecas, Janet en Pipa in Florita.
Dankzij deze opdracht van MGM verdiende Larraz genoeg geld om Spanje te verlaten en zich in 1953 (of 1954) in Parijs te vestigen. "Ik vertrok om politieke redenen en ook vanwege de zeer strenge censuur die toen in Spanje] heerste. Het was bijvoorbeeld niet mogelijk om een vrouw met mooie borsten te tekenen! Strips mochten alleen mannen of vrouwen met een plat lichaam laten zien, met rokken die tot aan hun enkels kwamen!"
Toen hij in Frankrijk aankwam begon hij te werken voor Marijac. Zij creëerden Douce-Liane, l'amie de la Jungle, en Jenny la Fille du Désert voor Mireille. Daarna werkte hij voor het agentschap Opera Mundi. Daar creëerde hij Jed Foran voor de krant Le Soir (heruitgegeven in Akim), Captain Barroud in L'Equipe, Hommes et Bêtes in France-Soir, Cécile voor Le Parisien Libéré, Tim la Brousse in Le Journal de Mickey, Croc Blanc gepubliceerd in Libération, La Guerre de Feu of Le félin géant in L'Humanité en Yves la Brousse voor Pilote.
In 1962 vertrekt hij en zijn vriendin Diana Daubeney naar Brussel en krijgen hun eerste kind. Ze noemden hem Duncan (naar een van de personages die hij begin jaren vijftig in Spanje had gecreëerd: Duncan Foster). Hij houdt zich toen bezig als modefotograaf.
In 1967 sloot hij zich aan bij het team van het weekblad Robbedoes (in datzelfde jaar publiceerde het blad Pilote in Frankrijk zijn strip Yves La Brousse). Na het vertrek van Jijé en Eddy Paape ontbrak het het Belgische weekblad aan avonturenreeksen. Larraz bood er drie aan. Eerst, onder het pseudoniem Dan Daubeney, Christian Vanel: maritieme avonturen die zich afspelen in de 18e eeuw. Vervolgens, onder hetzelfde pseudoniem Michaël: Afrikaanse avonturen met als held een jongetje aan wie Larraz de trekken van zijn zoon geeft. Ten slotte, vanaf 1968 en onder het pseudoniem Gil, Rolf Karsten (Paul Foran): "exotische avonturen met een vleugje science-fiction, mysterie en Gothic Fantasy, met talrijke cinematografische verwijzingen, discrete erotiek en een duistere sfeer". De reeksen Christian Vanel en Michaël werden snel stopgezet vanwege hun slechte ranking in het "referendum" dat het blad elk jaar onder haar lezers hield. Aan de andere kant viel de Rolf Karsten-reeks beter in de smaak en heeft tien jaar geduurd: tien avonturen verschenen in Robbedoes, waarvan er vier in de tweede helft van de jaren zeventig werden herdrukt in softcover-albums uitgegeven door Dupuis.
Verhalen verschenen in Robbedoes/Spirou:
Christian Vanel (pseudoniem Dan Daubeney)
Le Temple des Kanamas, 1967.
La Vallée des hommes sans âme, 1968.
Michaël (pseudoniem Dan Daubeney)
Michaël (sous le ») :
Een paradijs voor Michaël (Un paradis pour Michaël), 1967.
Een paradijs voor Michaël (Un paradis pour Michaël, 2e deel, 1968.
Noël en brousse, kort verhaal, 6 pagina’s, rr. 1601 (1968)
L'Esprit de Tambo, 1969.
Mon ami l'okapi, 1971.
Larraz' deelname aan het weekblad liet ook om een meer anekdotische reden sporen na bij de lezers: hij was het die in 1967 Charles Dupuis de leeuwenwelp Pinky schonk, wiens zorg werd toevertrouwd aan hoofdredacteur Yvan Delporte. Pinky diende als model voor Larraz om het dier te tekenen dat de jonge held van de serie Michaël vergezelt. Nadat de leeuwenwelp mascotte van de krant was geworden, was hij het onderwerp van min of meer fantasierijke reportages geschreven door Delporte en verscheen hij in de gags van Guust.
Larraz deed een beroep op externe samenwerkingen, officieel of ‘niet officieel’. René Follet, Herbert Geldhof en Jordi Bernet tekenden platen of decors voor Michaël zonder vermelding. Jesús Blasco, vermeld onder het pseudoniem Montero, en vervolgens Jordi Bernet, onder de naam Jordi, tekende de meeste panelen voor de eerste negen afleveringen van Rolf Karsten.
Rolf Karsten (Paul Foran).
1 Het raadsel van het meer (Le Mystère du lac), ‘Montero’ en Jordi?, 1968.
2 De club der vampiers (Le Gang des vampires), Montero en Jordi (niet vermeld), 1969.
3 Chantage op de Aarde (Chantage à la terre), Gil en Jordi (niet vermeld), 1969.
4 De Mummie (La Momie), Gil en Jordi, 1970.
5 De man in de molen (L’Habitant du moulin), Gil en Jordi, 1971.
6 De duivels uit de jungle (Les Démons de la jungle), Gil en Jordi, 1971-1972.
7 De machtsstrijd om het eiland (Baroud dans l'île), met Miguel Cussó (scenario) Gil en Jordi , 1973.
8 De schim van de gorilla (L’Ombre du gorille), Gil en Jordi, 1975.
9 Ling-Har komt terug (Le Retour de Ling-Hur), met Miguel Cussó (scenario) en Jordi, 1976-1977.
10 Het hol van de langzame dood (Le Repaire de la mort lente) (scenario en tekeningen onder het pseudoniem « Watman »), 1978.
Controverse
In nummer 75 van Cahiers de la bande dessinée stelt cartoonist Jordi Bernet dat Larraz "niet kon tekenen en zich tevreden stelde met het overtrekken van de tekeningen van anderen", en dat de scripts van Rolf Karsten allemaal van Miguel Cussó waren, wiens naam nooit wordt genoemd. In dit interview voegt Bernet eraan toe dat hij zelf de zes afleveringen van Rolf Karsten tekende, ondertekend met "Gil en Jordi".
Volgens Thierry Lecloux en Philippe Capart nam Larraz deel aan de tekeningen van de eerste vijf afleveringen van Rolf Karsten, maar was hij niet de hoofdtekenaar. Jesús Blasco tekende het merendeel van de platen van ‘Het raadsel van het meer’, de eerste aflevering, evenals enkele panelen van ‘De club der vampiers’, de tweede aflevering van de serie. Blasco zou niet hebben deelgenomen aan de derde aflevering, ‘Chantage op de Aarde’, waarvan de tekeningen desalniettemin zijn ondertekend met "Montero". Jordi Bernet zou vanaf de tweede aflevering tussenbeide zijn gekomen, hoewel hij pas vanaf de vierde aflevering, ‘De Mummie’, onder de naam Jordi wordt vermeld, en hij zou "alleen", zonder enige bijdrage van Larraz, "de tekening van afleveringen 6, 7, 8 en 9" hebben gemaakt.
Larraz heeft nooit beweerd dat hij een groot kunstenaar was. Al in 1970 verklaarde hij zichzelf "een verhalenverteller, geen kunstenaar" te zijn: "de tekening", voegde hij eraan toe over zichzelf, "volgt niet altijd het idee." Later zou hij beweren een groot deel van de tekeningen voor de eerste afleveringen van Paul Foran te hebben gemaakt, maar zou toegeven dat Bernet vanaf een bepaald punt "de hele serie tekende en er iets nog beters van maakte." Hij zou ook erkennen dat Miguel Cussó de scripts voor sommige afleveringen schreef zonder dat hij daarvoor werd vermeld: "Als ik me goed herinner, moet hij de afleveringen ‘De machtsstrijd om het eiland’ en ‘Ling-Har komt terug’ hebben gemaakt. [...] Cussó had geaccepteerd omdat hij op dat moment een dip in zijn filmcarrière doormaakte. Deze overgang van de cinema naar de strips leek hem vernederend. »
Strip-historici hebben het werk van Larraz een beetje gerehabiliteerd, zonder hem een groot kunstenaar te noemen. , Philippe Gontier schrijft, "De kritiek die op José Ramón Larraz als tekenaar kan worden geuit is dat hij zich te vaak liet inspireren door Alex Raymond, soms zelfs zo ver ging dat hij enkele van zijn tekeningen louter en alleen kopieerde, en dat hij bijna systematisch fotografie als voorbeeld gebruikte.
Tegen het einde van de jaren zestig was Larraz niet langer geïnteresseerd in striptekenen, maar in cinema. Hij vond een kans in Engeland om een lowbudget erotische film te maken. Met Diana Daubeney, zijn partner, verhuisde hij in 1969 naar Londen. L'Enfer de l'érotisme, zijn debuutfilm, was een thriller die zich afspeelde in de wereld van de modefotografie. Het "kleine succes" dat hij behaalde, stelde de regisseur in staat om op veertigjarige leeftijd en als autodidact "een nieuwe carrière" te beginnen.
Vampyres, een film die hij in 1974 in Engeland maakte en die hem in de ogen van fans "een kleine meester van de moderne horror" maakte. Hoewel geselecteerd in de competitie op het filmfestival van Cannes in 1974, werd zijn film Les Symptômes uitgebracht in de bioscopen met weinig publiciteit en werd pas dertig jaar later herontdekt. Larraz is de enige filmmaker die zich beperkte tot 'B-films' en heeft meegedaan aan de competitie voor de Gouden Palm van Cannes.
Halverwege de jaren zeventig verkeerde de Britse horrorfilmindustrie in crisis. Larraz richtte zich opnieuw op strips: hij schreef en tekende verschillende avonturenverhalen die in 1975 in Kuifje werden gepubliceerd, evenals een fantasyserie die datzelfde jaar in Robbedoes begon onder de titel ‘Les Compagnons du fantastique; Un cas de télépathie’ en die later werd omgedoopt tot Kim Norton. Hij ondertekende het met het pseudoniem Watman, dat hij ook gebruikte toen hij het scenario en de tekeningen van de Rolf Karsten-serie overnam voor een tiende en laatste aflevering. Hij schreef ook het scenario voor Arsat, een reeks fantasy-avonturen die soms werden getekend door Antonio Deu, soms door Antonio Solé Sanz.
Kim Norton
La Route de l'enfer, 1975. Sous le pseudonyme « Watman ».
La Voix venue de la tombe, 1975. Sous le pseudonyme « Watman ».
Les Tam-tams de la grande ville, 1978. Sous le pseudonyme « Watman ».
La Déesse des collines, 1978. Sous le nom « Larraz ».
Toen dictator Franco stierf In Spanje op 20 november 1975, werd de monarchiehersteld en organiseerde koning Juan Carlos vanaf 1976 de overgang naar democratie. Hoewel hij nog steeds in Engeland woonde, kon Larraz voortaan weer in Spanje werken.
José Ramón Larraz overleed in Malaga, Spanje op 3 september 2013.

















