Na diverse studies in verschillende instellingen, slaagde Robert Gigi uiteindelijk met succes voor diploma’s van het hoger onderwijs in de geschiedenis van moderne kunst en psychologie. Hij studeerde af als bibliothecaris.
Toen de Tweede wereldoorlog afgelopen was, begon hij met strips te tekenen. In die tijd lag dat niet voor de hand, het werd zelfs met een afkeurend oog bekeken. Gigi begon in de studio van Raymond Poïvet in Parijs. Hij maakte zijn eerste strip, Le gentilhomme de la montagne, voor het dagblad L'Aurore. Daarna nam hij deel aan Éditions Del Duca en de Société Parisienne d'Édition, waar hij zich specialiseerde in het tekenen voor tienermeisjes-bladen: Fillette, daarna Fillette-Jeune Fille, dat toen 15 jaar bestond.
In 1965 publiceerde hij Scarlett Dream, één van de eerste erotische strips, met een 'sexy' heldin en een sciencefiction-thema. Het scenario was van Claude Moliterni. Deze serie verscheen eerst in V Magazine, daarna in de vorm van twee Z/W albums. In 1975 verschenen er opnieuw enkele verhalen in France-Soir.
In het tijdschrift Phénix ging hij in 1968 verder in science-fiction, met de avonturen van 'Orion, le laveur de planètes'.
Hij creëerde ook de serie Agar, met Claude Moliterni, in de Corriere dei Piccoli, een verhaal dat zich afspeelt in een dromerige en magische wereld (drie albums).
In 1969 behandelde hij (samen met Jacques Lob, voor de tekst) het UFO fenomeen, voor het stripblad Pilote. Er verschenen drie albums: ‘Le dossier des soucoupes volantes’ in 1972, ‘Ceux venues d’ailleurs’ in 1973 en ‘OVNI, dimension autre’ in 1975.
In 1975 kwam Scarlett Dream opnieuw uit in France-Soir. Sommige verhalen werden ook in het Nederlands vertaald. De strip verscheen ook in o.a. Noorwegen, Italië, Turkije, Tunesië en in Canada (waar ze Julie Rivière heet).
Robert Gigi maakte een samoerai-verhaal voor Francs-Jeux: Hito, dat zijn bewondering voor de Japanse cinema weerspiegelt. Het verhaal verscheen in Nederland in het weekblad Pep (1971-1979) als; Ugaki de samoerai. (NED. Album: Dargaud/Oberon, 1981)
Het tweede verhaal verscheen niet in het Nederlands. De serie gaat over Ugaki, een samoerai die zijn Daimyo (heer) overleefde. Hij is daardoor een Ronin, een samoerai zonder meester. Het enige dat hem weerhoudt om seppuku (zelfmoord) te plegen is de belofte die hij aan zijn meester deed om diens dood te wreken. De serie bleef onvoltooid.
Robert Gigi nam deel aan enkele striptentoonstellingen, waarvan de belangrijkste (Poïvet-Gigi) in 1970 werd georganiseerd in de staat Pinacoteca van São Paulo, door Enrique Lypzsic, directeur van de Pan-American School of Arts. Hij ontving talloze onderscheidingen.
In de jaren tachtig gaf Gigi strip-les aan de European School of Image in Angoulême.
Na een laatste kort verhaal dat in 1991 gezamenlijk werd gepubliceerd in het album Dessous Fripons, trok Robert Gigi zich terug om zich aan beeldhouwkunst te wijden.





































