Petra is een historische stad in Jordanië, bekend als de voormalige hoofdstad van de Nabateeërs. De Nabateeërs noemden de stad Raqmu, wat "de rode, de roze" betekent, verwijzend naar de kleur van de rotsen waaruit de stad is gehouwen. De Grieken noemden de stad Petra, wat "rots" betekent. De stad ligt in een vallei, omringd door heuvels, en is vooral beroemd om zijn indrukwekkende graftombes die direct uit de rotsen zijn gehouwen. Vrijwel alle bovengrondse gebouwen zijn tegenwoordig ruïnes.
Petra's bloeitijd is te danken aan zijn strategische ligging aan de wierookhandelsroute, die Jemen verbond met Perzië, Syrië en de Griekse en Romeinse rijken. Petra was een cruciaal knooppunt voor diverse handelsroutes. De welvaart die voortvloeide uit de belastingopbrengsten van de handelaars, stelde de heersers van Petra in staat om luxueuze gebouwen en grafmonumenten te bouwen. Rond het begin van onze jaartelling telde de stad naar schatting 25.000 inwoners.
De stad was goed te verdedigen, dankzij de smalle kloven die de enige toegang vormden. Daarnaast beschikte Petra over een ingenieus watersysteem dat zorgde voor een constante watervoorziening. De Nabateeërs hadden lange tijd een eigen koninkrijk, totdat het in 106 werd veroverd door het Romeinse Rijk. De verandering van handelsroutes leidde ertoe dat Petra langzaam zijn commerciële positie verloor en in de 7e eeuw uiteindelijk werd verlaten.
Voor de westerse wereld werd Petra herontdekt in 1812 door de Zwitser Johann Ludwig Burckhardt, die zich vermomde als Indiase handelaar. Destijds was de stad al tot ruïnes verworden. In 1985 werd Petra door UNESCO uitgeroepen tot Werelderfgoed en in 2007 werd het verkozen tot een van de zeven nieuwe wereldwonderen.








