In 1959 kreeg Yvan Delporte het idee om kleine albums te maken die de lezer zelf in elkaar kon zetten. Dit werd de Robbedoes microverhalen / Spirou mini-bibliothéque. Om dit formaat te lanceren, vroeg hij Peyo om de kleine personages die hij twee jaar eerder in Johan en Pirrewiet had gecreëerd, opnieuw te gebruiken en ze de helden van hun eigen serie te maken. De Zwarte Smurfen, het eerste miniverhaal (en het eerste Smurfenverhaal), gepubliceerd in nummer 1107, werd gevolgd door tien andere verhalen tot en met nummer 1134, waaronder de creatie van Noël (Roeltje) door André Franquin (nr. 1131) en Boule et Bill (Bollie en Billie) door Jean Roba en Maurice Rosy (nr. 1132).
De miniboekjes van drie Smurfen-verhalen: Le voleur de Schtroumpfs, La faim des Schtroumpfs, Le faux Schtroumpfs, maar ook Noël et l’Elaoin (Roeltje) en Boule contre les mini-requins (Bollie en Billie), La révolte des autos (Starter van Jidéhem), verschenen niet in de Nederlandse editie.
De miniverhalen waren aanvankelijk bedoeld als een eenmalige gebeurtenis, maar keerden wekelijks terug omdat het tijdschrift Pilote met zijn ‘Pilotoramas’ kwam. Nummer 1135 lanceerde een nieuwe reeks wekelijkse miniverhalen, met een nieuw nummeringssysteem en een toename van 36 naar 48 pagina's. Hoewel de eerste miniverhalen het werk waren van gevestigde auteurs, zoals Peyo, Franquin, Paape, Roba, Tillieux, Remacle, zou de nieuwe collectie jonge auteurs de kans geven zich te bewijzen: Pat Mallet met Xing en Xot (nr. 1145), Charles Degotte met Le Flagada, Paul Deliège (en Maurice Rosy als scenarioschrijver) met Bobo (Jaap), Lucien De Gieter met Pony, en Jacques Devos met Génial Olivier (Knappe Kareltje).
![Spirou mini-bibliothéque (Frans) [tijdschrift pub. Spirou]](https://assets.lastdodo.com/assets/catalog/assets/2026/4/12/e/6/7/e674e04c-364e-11f1-87e0-2dfe7b082872.jpg)



























































