Fred, wiens echte naam Frédéric Othon Théodore Aristidès is, geboren op 5 maart 1931 in het 10e arrondissement van Parijs en overleden op 2 april 2013 in Eaubonne, is een Franse cartoonist, scenarioschrijver en stripauteur. Zijn werk is zeer origineel en poëtisch. De bekendste strips zijn de Philémon-reeks, Le Petit Cirque en L'Histoire du corbac aux baskets.
Hij kreeg de Grote Prijs van de stad Angoulême in 1980 en Alph'Art voor het beste album in 1994, hij is een van de weinige auteurs die deze twee hoge onderscheidingen in het Franstalige taalgebied heeft behaald.
Als kind vulde hij hele notitieboekjes met stripverhalen en publiceerde hij zijn eerste cartoon in de lezerspost van een kinderkrant. Even later zette hij zijn eerste schreden richting het absurde, door Edgar Allan Poe, Dickens en Oscar Wilde te verslinden. Rond zijn 18e liep hij schuchter de redactie binnen en eindigde, tot zijn grote trots, met het plaatsen van een tekening in Ici Paris. Helaas werd de handtekening eraf geknipt...
Bij zijn terugkeer uit het leger tekende hij voor France Dimanche, Paris Match, Le Hérisson en Quartier Latin, een uiterst bescheiden krant die door Georges Bernier aan marskramers werd verkocht, later beter bekend onder de naam van professor Choron. Het is met Georges Bernier en Cavanna (ontmoet op Ici Paris) dat Fred, gepromoveerd tot artistiek directeur, Hara-Kiri creëerde, in september 1960. Hij produceerde de eerste 60 covers, ploeterde voort in een beetje van alles, besefte dat hij graag schreef en keerde terug naar strips met Les Petits Métiers, Le Manu Manu, Tarsinge de Zan-man en Le Petit Cirque.
In 1966, na er zes maanden aan gewerkt te hebben, bood hij Robbedoes 15 platen van een nieuw verhaal aan, die ze weigerde: de tekening klopte niet, het verhaal evenmin... Bij het lezen van dezelfde platen was Goscinny, hoofdredacteur van Pilote, wel enthousiast en publiceert ‘La Clairière des trois hiboux’, de eerste aflevering van de avonturen van Philémon. Een avontuur over een circus dat zich in een ondergrondse ruimte afspeelt. Maar deze keer zijn het de lezers die de tekeningen niet mooi vinden.
Fred begon daarom een groot aantal scenario's voor anderen te schrijven.
Maar Philémon zou later toch zijn welverdiende erkenning krijgen… Het tweede verhaal ‘Par le petit bout de la lorgnette’ (De verkleinkijker) brengt al een beetje het magische element.
Fred houdt van de zee, maar Philemon speelt zich af op het platteland. Hoe kan hij dit probleem oplossen?
Op een avond (op vakantie met zijn vrouw en zoontje) aan de Côte d’Azur, het was 9 of 10 uur, een fles op tafel, de sfeer was perfect, zag hij in de verte een vuurtoren (van Villefranche) en begon een verhaal te vertellen aan zijn zoon over Philémon die water gaat halen in de put, een fles met een briefje erin ziet opduiken, in de put valt en boven water komt in de Atlantische Oceaan. “Ik zag mijn zoon Eric gepassioneerd luisteren, hij wilde echt weten hoe het verder ging…, het ging een uur duren. Ik improviseerde maar raak en gebruikte alle elementen die daar op dat moment waren, zoals de vuurtoren en de boot in de fles, kortom het verhaal van en ‘de drenkeling van de A’. Philemon (en Fred) hadden hun universum gevonden. Twee parallelle werelden…




























































