Holtrop, zoon en kleinzoon van gereformeerde Oranjegezinde huisartsen, bezocht de kunstacademie in Arnhem en 's-Hertogenbosch. Zijn eerste politieke tekeningen verschenen vanaf december 1965 in het blad Provo. In 1966 richtte hij met Hans Metz het aan Provo verwante cartoontijdschrift God, Nederland en Oranje op. Daarna publiceerde hij in Hitweek en Aloha. Hij werkt sinds 1968 in Parijs waar hij dagelijks publiceert in de linkse krant Libération. Zijn tekeningen verschenen ook in De Nieuwe Linie, HP/De Tijd, Hara-Kiri en Charlie Hebdo.
Holtrop is een geëngageerde kunstenaar die vooral de machtigen in tekeningen vol bloed, geweld en seks 'te kijk' zet. In 1966 veroorzaakte een prent waarop koningin Juliana zich prostitueerde voor 5.200.000 gulden, een schandaal. De prent werd in beslag genomen, Holtrop werd gearresteerd en tekenaar en uitgever werden vervolgd, maar niet veroordeeld, wegens majesteitsschennis. Volgens veel verhalen werd Willem veroordeeld tot een boete voor majesteitsschennis, maar betaalde hij het verschuldigde bedrag nooit en vluchtte in plaats daarvan naar Frankrijk. Veel kranten berichtten destijds over dit vonnis en het is sindsdien in tientallen artikelen, boeken en documentaires herhaald. In werkelijkheid werd Willem in maart 1968 door de rechter vrijgesproken van majesteitsschennis, maar veroordeeld tot een boete van 250 gulden voor de cartoon met het "politiehakenkruis". Zelfs in hoger beroep verloor Willem, waarna hij het bedrag alsnog betaalde.
Prins Bernhard
In 1976 publiceerde De Nieuwe Linie een reeks cartoons over de Nederlandse Prins Bernhard en zijn betrokkenheid bij het Lockheed-corruptieschandaal. Toen deze cartoons werden gebundeld in het boek 'De Avonturen van Prins Bernhard' (1977), weigerden veel Nederlandse tijdschriften het te publiceren, laat staan te promoten. Het werk werd in Frankrijk uitgegeven als 'Les Aventures de Prince Bernhard' (Éditions du Square, 1977).
Pas in 2024 werd het, met aanvullingen, als album in Nederlands uitgegeven onder de titel ‘De mooiste avonturen van prins Bernhard’ bij uitgeverij De Harmonie. Op de achterkant prijkt de Lidmaadsschapkaart van Prins Bernard van de SS, die hij notabene zelf bewaard had !
Verhuizing naar Frankrijk
In mei 1968, tijdens de studentenprotesten in Parijs, verscheen Willems werk ook in de Franse pers, met name in de tijdschriften L'Enragé (onder redactie van Siné), Hara-Kiri en (vanaf 1969) Charlie Mensuel. In 1969 verhuisde hij uiteindelijk naar Frankrijk. In tegenstelling tot wat vaak wordt beweerd, vluchtte hij niet om een boete te ontlopen voor een aanstootgevende cartoon over Koningin Juliana. Hij had zijn land immers sowieso niet kunnen verlaten. Maar het proces was een van de drie goede redenen om naar Frankrijk te verhuizen. Willem vond Frankrijk aantrekkelijker omdat er meer tijdschriften waren die zijn anarchistische cartoons wilden publiceren. Hij vond de Franse politiek ook uitnodigender voor satire, omdat er "echte boeven en gangsters" rondliepen, in tegenstelling tot de nogal saaie Nederlandse overheid.
Politiek distantieert Holtrop zich van alle gevestigde orde en regimes.
De terroristische aanslagen op Charlie Hebdo
In 2006 bracht Charlie Hebdo een speciale uitgave uit waarin ze de islam en de profeet Mohammed bespotten, als directe reactie op de wereldwijde verontwaardiging over cartoons die hetzelfde onderwerp belachelijk hadden gemaakt in de Deense krant Jyllands-Posten en die de redacteuren en cartoonisten hadden gedwongen onder te duiken. Nu werden de redacteuren van Charlie Hebdo aangeklaagd en bedreigd met de dood. In april 2011 brandde een molotovcocktail de kantoren af, maar er vielen geen slachtoffers. De Parijse politie plaatste hen onder politiebewaking, maar op 7 januari 2015 braken twee fundamentalistische moslimterroristen in het kantoor van het tijdschrift.
De aanslag werd omstreeks 11.30 uur gepleegd door twee broers, Saïd en Chérif Kouachi. Ze waren gemaskerd en uitgerust met kogelwerende vesten en kalasjnikovs. Het tweetal probeerde eerst binnen te vallen op huisnummer 6, waar de archieven van Charlie Hebdo gevestigd zijn. Toen duidelijk was dat ze zich vergist hadden, gingen ze naar nummer 10, het redactieadres. Ze bedreigden de tekenares Corinne Rey (in het blad tekenend onder de naam Coco), die net met haar dochter op het adres aankwam. Onder schot gehouden door de aanvallers voerde Rey de geheime code van de verstevigde toegangsdeur in.
De aanvallers vermoordden 2 politieagenten (onder wie Ahmed Merabet, zelf moslim) en bijna alle redacteuren, cartoonisten en schrijvers die zich binnen bevonden. Er werden in het redactielokaal 11 mensen vermoord en 11 werden gewond of overleefden het. Onder de doden waren verschillende van Willems beste vrienden en collega's.
Doden:
Frédéric Boisseau, 42 jaar, onderhoudsmedewerker
Franck Brinsolaro, 49 jaar, politieman en lijfwacht van Charb
Cabu (Jean Cabut), 76 jaar, cartoonist
Elsa Cayat, 54 jaar, psychiater en columnist
Charb (Stéphane Charbonnier), 47 jaar, hoofdredacteur en cartoonist van Charlie Hebdo
Philippe Honoré, 73 jaar, cartoonist
Bernard Maris, 68 jaar, econoom, redacteur en columnist
Ahmed Merabet, 42 jaar, politieman
Moustapha Ourrad, 60 jaar, corrector
Michel Renaud, 69 jaar, gastcolumnist
Tignous (Bernard Verlhac), 57 jaar, cartoonist
Georges Wolinski, 80 jaar, cartoonist en scenarioschrijver
Gewonden:
Simon Fieschi, 31, webmaster, gewond in de schouder.
Philippe Lançon, 51, journalist, gewond in het gezicht en na de aanslag in kritieke toestand.
(Hij schreef het boek De flard over de aanslag en de gevolgen daarvan voor zijn verdere leven)
Fabrice Nicolino, 59, journalist, in zijn been geschoten.
Laurent Sourisseau, 48, cartoonist, in zijn schouder geschoten.
Niet bij naam bekende politiemensen.
Drie personen die ook bij de redactiebijeenkomst waren, bleven ongedeerd: Gérard Gaillard, als gast aanwezig, en twee personeelsleden, Laurent Léger en Sigolène Vinson. Léger overleefde de aanslag door zich onder een tafel te verstoppen. Cartooniste Coco, die te laat kwam en die gedwongen werd om de terroristen binnen te laten, bleef eveneens ongedeerd, alsook haar dochter.
De daders vluchtten vervolgens met een zwarte Citroën C3, die nog geen kilometer verder werd achtergelaten, op de hoek van de Rue de Meaux en de Avenue Sécretan in het 19e arrondissement. Hier beroofden ze een automobilist gewelddadig van zijn auto waarna ze in de richting van Pantin vluchtten. In heel Île-de-France werd vervolgens de hoogste alarmfase van kracht. De daders vluchtten verder naar de toenmalige regio Picardië, waar ze zich in de buurt van het Forêt de Retz verscholen. Op 9 januari begonnen de daders een gijzeling in een drukkerij in Dammartin-en-Goële, waar ze bij een politiebestorming laat in de middag werden doodgeschoten.
Willem overleefde de aanslag omdat hij er niet bij was. Veel media beweerden destijds dat Willem "zijn trein had gemist en te laat was voor zijn werk", maar in werkelijkheid woonde hij nooit hun wekelijkse redactievergaderingen bij. Sommige verslaggevers verwarden hem met cartoonist Luz, die die tragische dag inderdaad te laat was voor haar werk. Maar Willem was die dag met de trein onderweg naar Parijs, met de bedoeling een paar cartoons af te leveren bij de redactie van Libération, Charlie Hebdo en Siné Mensuel en een diner bij te wonen voor voormalige organisatoren van het stripfestival van Angoulême.
De terroristische aanslagen veroorzaakten universele verontwaardiging en verdriet, ook bij de meerderheid van de moslims. Het maakte Charlie Hebdo niet alleen plotseling wereldberoemd, maar bezorgde Willem ook ongewenste media-aandacht, omdat hij de oudste nog levende cartoonist van het tijdschrift was. Daarnaast was hij ook de bekendste Charlie Hebdo-medewerker in zowel de Nederlandstalige als de Franstalige pers. Hij werd dan ook regelmatig geïnterviewd en bevestigde aan iedereen dat "zowel ik als Charlie Hebdo doorgaan. Dat moeten we wel." Slechts een week na de tragedie bundelden hij en de overgebleven redacteuren hun krachten om de volgende editie uit te geven. Omdat ze met minder mensen moesten werken dan voorheen, waren hij, Luz en Catherine Meurisse genoodzaakt meer cartoons te maken dan gebruikelijk om de anderen te vervangen, hoewel er ook herdrukken van de overleden medewerkers werden toegevoegd. Willem wees alle publieke steun van politici, religieuze leiders, organisaties en alle "zogenaamde nieuwe vrienden" af, omdat hij er misselijk van werd. Hij vond het meeste krokodillentranen en mensen die hen nooit eerder hadden durven steunen en vaak duidelijk geen idee hadden waar Charlie Hebdo voor stond. Ook de achtergrond van de terroristen interesseerde hem niet: "Het zijn idioten, zogenaamde religieuze mensen, waar echte moslims niets mee te maken willen hebben." Om dezelfde redenen ondertekende hij op 12 januari 2015 een petitie van verschillende Franse schrijvers en cartoonisten tegen de Duitse islamofobe beweging Pegida, die probeerden de tragische gebeurtenissen uit te buiten door rassenhaat aan te wakkeren.
Willem weigerde ook elke vorm van politiebewaking of kogelwerende vesten, want als iemand hem wilde vermoorden, zou hij toch wel een manier vinden, aangezien ze zijn collega's ook niet hadden kunnen redden. In zijn volgende boek, 'Willem Akbar!' (Les Requins Marteaux, 2015), stak hij resoluut zijn middelvinger op naar de terroristen. In het eerbetoonboek 'Charlie Hebdo: Même Pas Peur' (Les Échappes, 2016) verschenen zijn cartoons naast die van zijn collega-cartoonisten. Hij leverde ook een bijdrage aan het eerbetoonboek 'Bernard Maris Expliqué à Ceux Qui Ne Comprennent Rien à L'Économie' (2017) van Gilles Raveaud, een hommage aan de economische columns van zijn vermoorde collega Bernard Maris.
Vanaf 2012 woont hij met zijn vrouw, de tekenares Medi Holtrop, op een eilandje voor de Bretonse kust.
(Bron: Lambiek Comiclopedia en Wikipedia)





























































