Georges Wolinski werd in 1934 geboren in de Franse kolonie Tunesië. Zijn moeder was Frans-Italiaans en zijn vader een Pool, beiden van Joodse komaf. Op twee-jarige leeftijd werd zijn vader vermoord door een ex-werknemer van het bedrijf, die woedend was vanwege zijn ontslag. Toen zijn moeder vanwege een behandeling voor tuberculose naar Frankrijk ging, namen zijn grootouders van moeders kant de zorg van hem op zich. Op 13-jarige leeftijd werd hij met zijn hertrouwde moeder herenigd in Frankrijk. Op een middelbare school in Briançon leerde hij zijn eerste vrouw Jacqueline Saba kennen met wie hij in 1961 trouwde. Samen kregen ze twee dochters, Frédérica en Natacha. Zij overleed in 1966 als gevolg van een auto-ongeluk toen zij probeerden een hond te ontwijken.
Hij werkte eerst in de breifabriek van zijn stiefvader in Fontenay-sous-Bois en publiceerde vervolgens zijn eerste tekeningen in Rustica in 1958. Nadat hij zijn tekeningen naar François Cavanna had gestuurd, sloot hij zich in 1960 aan bij het Hara-Kiri-team, en in 1968 bij Le Journal du dimanche, waar hij zijn tweede vrouw Maryse Bachère ontmoette en met wie hij in 1971 trouwde; uit hun huwelijk werd in 1974 hun dochter Elsa geboren, die schrijfster werd.
In 1968 richtte hij met de Franse cartoonist Siné het blad L'Enragé op. Verder maakte hij cartoons voor de Franse tijdschriften Charlie Hebdo en Libération. Van 1970 tot 1981 was hij hoofdredacteur van Charlie Hebdo.
Strips
Wolinski was een cartoonist, maar hij schreef de scenario’s voor de Paulette-serie (7 delen, 1971 - 1984), getekend door Georges Pichard en voor het eerst gepubliceerd in Charlie Hebdo nr. 12, januari 1970 en verscheen ook in het Italiaanse tijdschrift Linus.
Éditions du Square en Dargaud:
Paulette Tome 1, 1971
Paulette Tome 2, 1972
Le mariage de Paulette, 1974
Paulette en Amazonie, 1975
Ras-le-bol ville, 1975
Le cirque des femmes, 1977
Paulette 7, 1984``
Naast zijn politieke cartoons leverde hij verschillende series aan kranten zoals Charlie Mensuel met terugkerende personages, zoals Georges le tueur en Cactus Joe.
Hij is ook de auteur van een stripverhaal getiteld "J'hallucine !", dat begin jaren negentig verscheen in het maandblad voor middelbare scholieren. In de sketches laat hij zijn dochter Elsa zien, die toen zelf een tiener was midden in haar "feminiserings-proces" en regelmatig "Ik hallucineer!" riep, vaak met haar eigen getekende dubbelganger erbij.
In 2005 ontving Wolinski de Legioen van Eer, de hoogste Franse onderscheiding, van Jacques Chirac.
Wolinski werd vermoord, samen met 10 collega’s, door islamistische terroristen op 7 januari in 2015 bij de aanslag op het hoofdkantoor van Charlie Hebdo in Parijs.
De terroristische aanslagen op Charlie Hebdo
In 2006 bracht Charlie Hebdo een speciale uitgave uit waarin ze de islam en de profeet Mohammed bespotten, als directe reactie op de wereldwijde verontwaardiging over cartoons die hetzelfde onderwerp belachelijk hadden gemaakt in de Deense krant Jyllands-Posten en die de redacteuren en cartoonisten hadden gedwongen onder te duiken. Nu werden de redacteuren van Charlie Hebdo aangeklaagd en bedreigd met de dood. In april 2011 brandde een molotovcocktail de kantoren af, maar er vielen geen slachtoffers. De Parijse politie plaatste hen onder politiebewaking, maar op 7 januari 2015 braken twee fundamentalistische moslimterroristen in het kantoor van het tijdschrift.
De aanslag werd omstreeks 11.30 uur gepleegd door twee broers, Saïd en Chérif Kouachi. Ze waren gemaskerd en uitgerust met kogelwerende vesten en kalasjnikovs. Het tweetal probeerde eerst binnen te vallen op huisnummer 6, waar de archieven van Charlie Hebdo gevestigd zijn. Toen duidelijk was dat ze zich vergist hadden, gingen ze naar nummer 10, het redactieadres. Ze bedreigden de tekenares Corinne Rey (in het blad tekenend onder de naam Coco), die net met haar dochter op het adres aankwam. Onder schot gehouden door de aanvallers voerde Rey de geheime code van de verstevigde toegangsdeur in.
De aanvallers vermoordden 2 politieagenten (onder wie Ahmed Merabet, zelf moslim) en bijna alle redacteuren, cartoonisten en schrijvers die zich binnen bevonden. Er werden in het redactielokaal 11 mensen vermoord en 11 werden gewond of overleefden het.
Doden:
Georges Wolinski, 80 jaar, cartoonist en scenarioschrijver
Frédéric Boisseau, 42 jaar, onderhoudsmedewerker
Franck Brinsolaro, 49 jaar, politieman en lijfwacht van Charb
Cabu (Jean Cabut), 76 jaar, cartoonist
Elsa Cayat, 54 jaar, psychiater en columnist
Charb (Stéphane Charbonnier), 47 jaar, hoofdredacteur en cartoonist van Charlie Hebdo
Philippe Honoré, 73 jaar, cartoonist
Bernard Maris, 68 jaar, econoom, redacteur en columnist
Ahmed Merabet, 42 jaar, politieman
Moustapha Ourrad, 60 jaar, corrector
Michel Renaud, 69 jaar, gastcolumnist
Tignous (Bernard Verlhac), 57 jaar, cartoonist
Gewonden:
Simon Fieschi, 31, webmaster, gewond in de schouder.
Philippe Lançon, 51, journalist, gewond in het gezicht en na de aanslag in kritieke toestand.
(Hij schreef het boek De flard over de aanslag en de gevolgen daarvan voor zijn verdere leven)
Fabrice Nicolino, 59, journalist, in zijn been geschoten.
Laurent Sourisseau, 48, cartoonist, in zijn schouder geschoten.
Niet bij naam bekende politiemensen.
Drie personen die ook bij de redactiebijeenkomst waren, bleven ongedeerd: Gérard Gaillard, als gast aanwezig, en twee personeelsleden, Laurent Léger en Sigolène Vinson. Léger overleefde de aanslag door zich onder een tafel te verstoppen. Cartooniste Coco, die te laat kwam en die gedwongen werd om de terroristen binnen te laten, bleef eveneens ongedeerd, alsook haar dochter.
De daders vluchtten vervolgens met een zwarte Citroën C3, die nog geen kilometer verder werd achtergelaten, op de hoek van de Rue de Meaux en de Avenue Sécretan in het 19e arrondissement. Hier beroofden ze een automobilist gewelddadig van zijn auto waarna ze in de richting van Pantin vluchtten. In heel Île-de-France werd vervolgens de hoogste alarmfase van kracht. De daders vluchtten verder naar de toenmalige regio Picardië, waar ze zich in de buurt van het Forêt de Retz verscholen. Op 9 januari begonnen de daders een gijzeling in een drukkerij in Dammartin-en-Goële, waar ze bij een politiebestorming laat in de middag werden doodgeschoten.












































