Etterbeek is een gemeente in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest met ruim 49.000 inwoners. Ze grenst aan onder meer Elsene, Brussel, Schaarbeek, Sint-Lambrechts-Woluwe, Sint-Pieters-Woluwe en Oudergem.
Het dorp ontstond langs de Maalbeek, rond het huidige Van Meyelplein. De naam werd voor het eerst vermeld in 1127 als "Ietrebecca" en zou afkomstig zijn van een Keltisch woord dat "snelle beweging" betekent, waardoor Etterbeek kan worden vertaald als "snel vliedende beek".
Doorheen de geschiedenis ontwikkelde Etterbeek zich van een kleine nederzetting die afhankelijk was van de meierij van Rode tot een zelfstandige heerlijkheid in 1673. Na de Franse invasie werd het een gemeente binnen het Dijledepartement.
De religieuze geschiedenis van Etterbeek wordt gekenmerkt door meerdere opeenvolgende Sint-Gertrudiskerken. De laatste werd gebouwd in 1889. In 1993 werd deze kerk wegens instortingsgevaar met spoed afgebroken nadat scheuren in de toren waren vastgesteld.
Rond 1800 telde Etterbeek slechts 1.100 tot 1.200 inwoners. Oorspronkelijk was de gemeente aanzienlijk groter, maar in 1853 annexeerde de stad Brussel een groot deel van het grondgebied, waaronder het gebied waar later het Jubelpark werd aangelegd.
In de 20e eeuw groeide Etterbeek verder en kreeg het naast de Sint-Gertrudisparochie ook de Sint-Antoniuskerk en later de kerk van het Heilig Hart. Hierdoor breidde ook het religieuze leven binnen de gemeente zich uit.



