Çeşme (Turks voor "fontein") is een stad en district aan de westkust van Turkije, ongeveer 80 kilometer ten westen van İzmir en 600 kilometer van Istanboel.
De eerste nederzetting in het gebied werd volgens de Griekse schrijver Pausanias rond 700 v.Chr. gesticht door Kretenzers. Later kwam het achtereenvolgens onder heerschappij van de Lydiërs en de Perzen. In de oudheid vormde Erythrae (het huidige Ildırı) het centrum van de regio.
In de middeleeuwen groeide Çeşme uit tot een belangrijke haven, toen de Republiek Genua en het Beylik van Aydın het als doorvoerhaven gebruikten voor handel tussen Azië en Europa. Na de Ottomaanse verovering in 1566 verloor de stad haar economische betekenis ten gunste van İzmir.
In 1770 vond in de Baai van Çeşme een zeeslag plaats tussen de Russische en Ottomaanse vloten. Vanaf de 19e eeuw bloeide de handel in fruit, wijn, tabak en olijfolie opnieuw op. Volgens de Ottomaanse volkstelling van 1893 had Çeşme 30.702 inwoners, van wie het merendeel Grieks-Ottomaans was. Na de bevolkingsuitwisselingen na de Eerste Wereldoorlog vestigden zich Turken uit Griekenland, Bosnië en Albanië in de stad.

