Paradijsvogels zijn zangvogels uit de familie Paradisaeidae. Er zijn ongeveer 45 soorten, verdeeld over 17 geslachten, die vooral voorkomen op Nieuw Guinea en omringende gebieden. Enkele soorten komen voor In Australië en in Indonesië. Hun naaste verwanten zijn de kraaiachtigen (Corvidae), waartoe onder andere de kraaien en eksters behoren.
De eerste verzamelde paradijsvogels kwamen in de 16e eeuw naar Europa. Ze werden verstuurd zonder poten, waardoor men dacht dat ze hun hele leven moesten vliegen en dat ze uit het paradijs afkomstig waren. De grote paradijsvogel werd dan ook Paradisaea apoda genoemd. Dat betekent paradijsvogel zonder poten.
Bij veel soorten verschillen mannetjes en vrouwtjes van uiterlijk. Bij veel soorten hebben de mannetjes een opvallend verenkleed, dat gebruikt wordt bij de balts.Die veren werden veelvuldig gebruikt door de lokale bevolking om er fraaier uit te zien. Ook in West-Europa werden aan het einde van de 19e eeuw paradijsvogels gebruikt om er mooier uit te zien, maar dan door de dames. Mede daardoor zijn een aantal soorten zeldzaam geworden. Tegenwoordig is ontbossing de grootste bedreiging/



























































