Jan Van Oort was de zoon van de klassieke baszanger Hendrik C. van Oort Hij studeerde viool aan het conservatorium en werd in 1944 violist bij het Amsterdamse Concertgebouworkest. Tijdens de Hongerwinter werd het orkest op non-actief gesteld, waardoor hij tijd kreeg om zich op het tekenen toe te leggen. Op aanraden van zijn jonge echtgenote werd het een kinderverhaal. Hij maakte een ontwerp van aantal verschillende kabouters en liet zijn vrouw Kitty Sijmons kiezen. Zijn vrouw koos de leukste uit en noemde hem Paulus.
Paulus de boskabouter verscheen vanaf 1946 als stripverhaal in het dagblad Het Vrije Volk. Hij deed dat onder het pseudoniem Jean Dulieu, de Franse vertaling van Jan van Oort. Hij koos een pseudoniem om bij een mogelijk fiasco zijn goede naam in de muziekwereld niet te schaden. Kort na de oorlog verhuisde Dulieu met vrouw en dochter Dorinde naar Terschelling en een jaar later nam hij afscheid van het orkest. Vanaf dat moment besloot hij zijn inkomen te gaan verdienen met tekenen en schrijven, hoewel hij daar geen enkele opleiding in had genoten.
Terschelling
Toen hij in de zomer van 1946 enige tijd op Terschelling verbleef had hij het idee om een zomerhuisje te kopen, waarin hij temidden van de natuur prettig zou kunnen werken. Bij toeval viel zijn oog op een huis; Hoorn 26 (het huidige Kooiweg 1) dat te koop stond. Het was een oude, vervallen boerderij, vochtig zonder stromend water en niet bedoeld voor tijdelijke doch voor permanente bewoning. Maar het lag op een prachtige plek. In juli slaagde Jan van Oort er in om het huis te kopen. Wekenlang werkte hij hard om het bewoonbaar te maken. Eén van de belangrijkste zaken was het water. Onder het huis zat wel een waterput, “maar daar dreef een dooie kat in,” vertelde hij en daarom riep hij de hulp in van de smit Iemke Ruig uit Midsland. Samen sloegen ze naast het huis een pomp dertien meter de grond in tot een zoetwater houdende schelplaag.
Toen het huis eindelijk klaar was, kon de verhuizing van Amsterdam naar Terschelling plaatsvinden. Daarmee zette Van Oort de definitieve stap naar een nieuwe toekomst in een nieuwe omgeving, met een inkomen waarvan toen nauwelijks viel rond te komen, “maar met een huisje op een van de mooiste plekjes van Nederland. Een streek waar bloemen en dieren in vrijheid leven, waar je de wolken kunt zien trekken van de ene einder naar de andere en waar vlakbij de eindeloze zee ligt te glinsteren in het licht van de stralende zon.”
(Bron: Een boskabouter op Terschelling, door Maarten J. de Meulder)
De invloed van Terschelling op de Paulus-strip groeide gestaag. Waar eerst alleen ‘het grote bos’ bestond, werd naderhand ook over ‘het duin’ gesproken. En op een kwade dag in december 1946 loeide Eucalipta op haar bezemsteel door de winterstormen gejaagd het verhaal binnen.
Het kinderverhaal rond Paulus was daarmee opeens een stuk boeiender geworden. En zowel Paulus als de lezertjes wisten vanaf dat moment voortaan precies waar de narigheid vandaan kon komen. Het jaar daarop, 1947, verscheen bij uitgeverij De Arbeiderspers de eerste van een reeks Paulus-boekjes. Het waren bundelingen van de strips die daarvoor in de krant waren gepubliceerd. In de latere jaren vergrootte de auteur zijn bekendheid door daar nog tientallen geïllustreerde boekjes aan toe te voegen. Uiteindelijk maakte hij bijna 3600 Paulus-stripafleveringen.
Vanaf 1948 verschenen de eerste geïllustreerde Paulus-kinderboeken, Het winterboek van Paulus en De hulpsinterklaas. De eerste titel was voorzien van gekleurde illustraties. In de loop der jaren volgden tal van andere titels, zoals Paulus en Eucalypta, Paulus en het draakje, Paulus en Kenarrepoere en Paulus en Schipper Makreel. In 1965 verscheen zijn meesterwerk Paulus en de eikelmannetjes, dat zich kenmerkte door de vele kleurenreproducties en het thema van vergankelijkheid. Verschillende boeken van Van Oort zijn vertaald in het Engels, Duits, Afrikaans, Japans en Zweeds.
In 1953 besloot, het inmiddels vijfkoppige, gezin te verhuizen naar Soest.
Naast Paulus maakte hij in 1953 voor Albert Heijn het boek Boffie en Buikie in de knoop, een album waarvoor 96 stroken konden worden verzameld die bij AH-artikelen zaten. In 1964 werd Albert Heijn eveneens de uitgever van het sprookjesboek De zeven wonderdaden van Kevertje Plop. Naar aanleiding van zijn reizen naar Italië publiceerde Dulieu in 1956 het boek Francesco over het leven van Franciscus van Assisi. Het boek werd opgedragen aan zijn zoon, die naar Franciscus genoemd was. Voorts was hij medewerker van het kindertijdschrift Kris Kras en maakte daarvoor in 1961 de Kris Kras Kolderkrant, een satirisch katern waarvan de formule globaal overeenkwam met het Amerikaanse tijdschrift MAD, dat drie jaar later ook in Nederlandse versie zou verschijnen. Dulieus Paulus-bijdragen voor Kris Kras werden later voortgezet in andere tijdschriften, waaronder Eva, Fix en Fox, Margriet, Barend de Beer, Televizier, Bobo en Striprofiel.
Van 1955 tot 1964 werd Paulus de boskabouter als radiohoorspel uitgezonden. Dulieu deed alle stemmen zelf, behalve die van Prinses Priegeltje die door zijn dochter Dorinde van Oort werd ingesproken. Vanaf 1967 maakte Dulieu 39 Paulus de Boskabouter-poppenfilmpjes van 10 minuten voor het NTS-programma Monitor. Hiervoor maakte hij alle marionetten, decors en attributen zelf. De filmpjes werden ook uitgezonden in het Verenigd Koninkrijk, Nieuw-Zeeland, Canada en Australië. In 2025 werden de poppen voor ruim een ton geveild.
Begin jaren zeventig begon de tekenaar aan een nieuwe serie stripverhalen voor de krant, die 23 verhalen zou gaan omvatten. In 1984 zette hij een punt achter zijn Paulus-creatie, maar tot op de dag van vandaag verschijnen er nog Paulus-boeken met ongepubliceerd materiaal.
Dulieus boek Paulus de hulpsinterklaas werd in 1962 bekroond tot beste kinderboek en hijzelf ontving dat zelfde jaar een Edison voor de grammofoonplaat Paulus is jarig. Zijn werk als striptekenaar werd in 1981 bekroond met de Stripschapprijs.`
























































